HomeLessons › Verbs

List of noun-verbs

A2Verbs · lesson 22 of 79

Verb | Simple present | Present perfect | Translation

Doodverven | n/a | gedoodverfd (adjective) | -

Kielhalen | Hij kielhaalt | Hij heeft gekielhaald | to keelhaul

Rangordenen | Hij rangordent | Hij heeft gerangordend | to order by rank

Rechtvaardigen | Hij rechtvaardigt | Hij heeft gerechtvaardigd | to justify

Redetwisten | Hij redetwist | Hij heeft geredetwist | to argue, debate

Rolschaatsen | Hij rolschaatst | Hij heeft gerolschaatst | to rollerskate

Stofzuigen | Hij stofzuigt | Hij heeft gestofzuigd | to vacuum clean

Vierendelen | Hij vierendeelt | Hij heeft gevierendeeld | to quarter

Voetballen | Hij voetbalt | Hij heeft gevoetbald | to play football

Vrijwaren | Hij vrijwaart | Hij heeft gevrijwaard | to safeguard

Waarborgen | Hij waarborgt | Hij heeft gewaarborgd | to secure, guarantuee

Waarmerken | Hij waarmerkt | Hij heeft gewaarmerkt | to certify, legalize

Waarschuwen | Hij waarschuwt | Hij heeft gewaarschuwd | to warn

Wedijveren | Hij wedijvert | Hij heeft gewedijverd | to compete

Zakkenrollen | Hij zakkenrolt | Hij heeft gezakkenrold | to pickpocket

Zinspelen | Hij zinspeelt | Hij heeft gezinspeeld | To allude, to hint

Note that the examples above give you the unstressed [personal pronouns](#/lesson/Pronouns.Ps01). Some pronouns change when they are stressed in a phrase: je/jij, we/wij, ze/zij (both singular and plural).

Noun-verbs (inseparable) Separable compound verbs
Practice this, don't just read it

Play the grammar games (de/het, die/dat, geen/niet, word order and more), track your streak, and get feedback on every answer. Part of the full Dutch Fluency dashboard. 7 days free, then €19/month, cancel any time.

Start 7 days free Play the games