In general, verbs that start with _aan, achter, door, om, onder, over, voor_, and _weer_ are separable compound verbs. In the list below you will find the exceptions to this rule: They are all _in_ separable.
As you can see, most exceptions are _om, onder_ and _over_ verbs.
Verb | Simple present | Present perfect | Translation
Aanbidden | hij aanbidt | hij heeft aanbeden | to worship, to adore
Aanschouwen | hij aanschouwt | hij heeft aanschouwd | to witness
Aanvaarden | hij aanvaardt | hij heeft aanvaard | to accept
Achterhalen | hij achterhaalt | hij heeft achterhaald | to recover
Achtervolgen | hij achtervolgt | hij heeft achtervolgd | to haunt, to stalk
Doordringen | hij doordringt (iemand van iets) | hij heeft doordrongen | to convince (someone of something)
Doordrenken | hij doordrenkt | hij heeft doordrenkt | to soak (something)
Doorstaan | hij doorstaat | hij heeft doorstaan | to endure
Doorzien | hij doorziet | hij heeft doorzien | to see through
Omarmen | hij omarmt | hij heeft omarmd | to embrace
Omcirkelen | hij omcirkelt | hij heeft omcirkeld | to encircle, to surround
Omfloersen | hij omfloerst | hij heeft omfloerst | to muffle, to veil, to drape
Omgeven | hij omgeeft | hij heeft omgeven | to surround
Omheinen | hij omheint | hij heeft omheind | to fence in, to hedge in, to enclose
Omhelzen | hij omhelst | hij heeft omhelsd | to hug
Omhullen | hij omhult | hij heeft omhuld | to envelope, to wrap round
Omkleden | hij omkleedt | hij heeft omkleed | to drape, to clothe an idea with words
Omklemmen | hij omklemt | hij heeft omklemd | to clasp, to grasp, to grip, to hug
Omlijnen | hij omlijnt | hij heeft omlijnd | to outline
Omlijsten | hij omlijst | hij heeft omlijst | to (put in a) frame
Ommuren | hij ommuurt | hij heeft ommuurd | to wall in
Omranden | het omrandt | het heeft omrand | to border, to edge, to rim
Omringen | hij omringt | hij heeft omringd | to surround, to enclose
Omschrijven | hij omschrijft | hij heeft omschreven | to define, to describe
Omsingelen | hij omsingelt | hij heeft omsingeld | to siege, to belaeguer
Omsluieren | hij omsluiert | hij heeft omsluierd | to veil
Omsluiten | het omsluit | het heeft omsloten | to enclose, to surround
Omvatten | het omvat | het heeft omvat | to include, to cover
Omwallen | hij omwalt | hij heeft omwald | to wall in, to circumvallate
Omwinden | hij omwindt | hij heeft omwonden | to entwine, to wrap up/round
Onderbelichten | hij onderbelicht | hij heeft onderbelicht | to under-expose, to under-illuminate
Onderbouwen | hij onderbouwt | hij heeft onderbouwd | to bear out (an opinion)
Onderbreken | hij onderbreekt | hij heeft onderbroken | to interrupt
Onderdrukken | hij onderdrukt | hij heeft onderdrukt | to oppress, to suppress, to subdue
Ondergaan | hij ondergaat | hij heeft ondergaan | to undergo
Onderhandelen | hij onderhandelt | hij heeft onderhandeld | to negotiate
Onderhouden | hij onderhoudt | hij heeft onderhouden | to provide (living), to maintain
Onderkennen | hij onderkent | hij heeft onderkend | to discern, to diagnose
Onderkoelen | hij onderkoelt | hij heeft onderkoeld | to 'under-cool'
Onderleggen | hij onderlegt | hij heeft onderlegd | to give a grounding (for a statement)
Onderlijnen | hij onderlijnt | hij heeft onderlijnd | to underline
Ondermijnen | hij ondermijnt | hij heeft ondermijnd | to undermine
Ondernemen | hij onderneemt | hij heeft ondernomen | to undertake
Onderrichten | hij onderricht | hij heeft onderricht | to teach
Onderschatten | hij onderschat | hij heeft onderschat | to under-estimate
Onderscheiden | hij onderscheidt | hij heeft onderscheiden | to distinguish
Onderscheppen | hij onderschept | hij heeft onderschept | to intercept
Onderschrijven | hij onderschrijft | hij heeft onderschreven | to endorse, to support (a view)
(Voor-, ver-)onderstellen | hij (voor-, ver-)onderstelt | hij heeft (voor-, ver-)ondersteld | to presume
Ondersteunen | hij ondersteunt | hij heeft ondersteund | to support, to assist
Onderstrepen | hij onderstreept | hij heeft onderstreept | to underline, to underscore
Ondertekenen | hij ondertekent | hij heeft ondertekend | to sign (signature)
Ondertitelen | hij ondertitelt | hij heeft ondertiteld | to sub-title
Ondervinden | hij ondervindt | hij heeft ondervonden | to experience
Ondervoeden | hij ondervoedt | hij heeft ondervoed | to starve, to under-feed
Ondervragen | hij ondervraagt | hij heeft ondervraagd | to interrogate
Onderwerpen | hij onderwerpt | hij heeft onderworpen | to submit, to subject
Onderwijzen | hij onderwijst | hij heeft onderwezen | to teach
Onderzoeken | hij onderzoekt | hij heeft onderzocht | to research, to examine
Overbelasten | hij overbelast | hij heeft overbelast | to overburden, to overload
Overbelichten | hij overbelicht | hij heeft overbelicht | to over-expose (to light)
Overbevolken | n/a | overbevolkt | to overburden, to overload
Overbluffen | hij overbluft | hij heeft overbluft | to bluff, to overbear
Overbruggen | hij overbrugt | hij heeft overbrugd | to bridge
Overdekken | hij overdekt | hij heeft overdekt | to cover in (up, over), to roof over (in)
Overdenken | hij overdenkt | hij heeft overdacht | to think over, to consider
Overdonderen | hij overdondert | hij heeft overdonderd | to overwhelm, to intimidate
Overdrijven | hij overdrijft | hij heeft overdreven | to exaggerate
Overerven | hij overerft | hij heeft overerfd | to inherit
(zich) overeten | hij overeet zich | hij heeft zich overeten | to overeat
Overgieten | hij overgiet | hij heeft overgoten | to water (plants), to pour over
Zich overhaasten | hij overhaast zich | hij heeft zich overhaast | to hurry, to hustle
Overhandigen | hij overhandigt | hij heeft overhandigd | to hand (over)
Overheersen | hij overheerst | hij heeft overheerst | to domineer over, to dominate
Overhoren | hij overhoort | hij heeft overhoord | to hear (lessons, homework)
zich overijlen | hij overijlt zich | hij heeft zich overijld | to hurry, to rush
Overkappen | hij overkapt | hij heeft overkapt | to roof in, to cover (in)
Overkoepelen | het overkoepelt | het heeft overkoepeld | to overarch, to cover
Overkomen | het overkomt | het is overkomen | to befall
Overladen | hij overlaadt | hij heeft overladen | to overload
Overleggen | hij overlegt | hij heeft overlegd | to discuss
Overleven | hij overleeft | hij heeft overleefd | to survive
Overlijden | hij overlijdt | hij is overleden | to die
Overmannen | hij overmant | hij heeft overmand | to overpower, to overcome
Overmeesteren | hij overmeestert | hij heeft overmeesterd | to overpower, to conquer
Overnachten | hij overnacht | hij heeft overnacht | to stay the night
Overpeinzen | hij overpeinst | hij heeft overpeinsd | to reflect, to think over
Overreden | hij overreedt | hij heeft overreed | to persuade, to convince
Overrijden | hij overrijdt | hij heeft overreden | to run (drive) over
Overrompelen | hij overrompelt | hij heeft overrompeld | to take s.o. by surprise
Overschaduwen | hij overschaduwt | hij heeft overschaduwd | to overshadow
Overschatten | hij overschat | hij heeft overschat | to overestimate
Overschrijden | hij overschrijdt | hij heeft overschreden | to exceed
Overstelpen | hij overstelpt | hij heeft overstelpt | to overwhelm (with gifts, compliments)
Overstemmen | hij overstemt | hij heeft overstemd | to outvote, to deafen
Overstromen | het overstroomt | het is overstroomd | to flood (over), to overflow
Overtreden | hij overtreedt | hij heeft overtreden | to break a rule, offend the law
Overtreffen | hij overtreft | hij heeft overtroffen | to surpass, to excel
Overtroeven | hij overtroeft | hij heeft overtroefd | to overtrump, to score off s.o.
Overtuigen | hij overtuigt | hij heeft overtuigd | to convince
Overvallen | hij overvalt | hij heeft overvallen | to surprise (attack), to rob
Oververhitten | hij oververhit | hij heeft oververhit | to overheat
Zich oververmoeien | hij oververmoeit zich | hij heeft zich oververmoeid | to over-fatigue, to over-tire
Oververzadigen | hij oververzadigt | hij heeft oververzadigd | to supersaturate, to surfeit
Overvleugelen | hij overvleugelt | hij heeft overvleugeld | to surpass, to outdo, to outflank
Overvoeden | hij overvoedt | hij heeft overvoed | to overfeed
Overvragen | hij overvraagt | hij heeft overvraagd | to ask too much, to over-demand
Overwegen | hij overweegt | hij heeft overwogen | to consider, to think over
Overweldigen | hij overweldigt | hij heeft overweldigd | to overwhelm
Zich overwerken | hij overwerkt zich | hij heeft zich overwerkt | to work too hard
Overwinnen | hij overwint | hij heeft overwonnen | to conquer, to overcome
Overwinteren | hij overwintert | hij heeft overwinterd | to winter, to hibernate
Overwoekeren | hij overwoekert | hij heeft overwoekerd | to overgrow
Overzien | hij overziet | hij heeft overzien | to oversee, to have a view over
Voorkomen | hij voorkomt | hij heeft voorkomen | to prevent
Voorspellen | hij voorspelt | hij heeft voorspeld | to predict
Voorvoelen | hij voorvoelt | hij heeft voorvoeld | to sense (in advance)
Voorzien | hij voorziet | hij heeft voorzien | to foresee
Weergalmen | het weergalmt | het heeft weergalmd | to echo
Weerhouden | hij weerhoudt | hij heeft weerhouden | to stop, to dissuade
Weerkaatsen | het weerkaatst | het heeft weerkaatst | to mirror (image), to echo
Weerklinken | het weerklinkt | het heeft weerklonken | to echo
Weerspiegelen | hij weerspiegelt | hij heeft weerspiegeld | to mirror, to reflect
Weerstaan | hij weerstaat | hij heeft weerstaan | to resist
Weerstreven | hij weerstreeft | hij heeft weerstreefd | to struggle against, to oppose