HomeLessons › Verbs

Inseparable verbs list

B1Verbs · lesson 30 of 79

In general, verbs that start with _aan, achter, door, om, onder, over, voor_, and _weer_ are separable compound verbs. In the list below you will find the exceptions to this rule: They are all _in_ separable.

As you can see, most exceptions are _om, onder_ and _over_ verbs.

Verb | Simple present | Present perfect | Translation

Aanbidden | hij aanbidt | hij heeft aanbeden | to worship, to adore

Aanschouwen | hij aanschouwt | hij heeft aanschouwd | to witness

Aanvaarden | hij aanvaardt | hij heeft aanvaard | to accept

Achterhalen | hij achterhaalt | hij heeft achterhaald | to recover

Achtervolgen | hij achtervolgt | hij heeft achtervolgd | to haunt, to stalk

Doordringen | hij doordringt (iemand van iets) | hij heeft doordrongen | to convince (someone of something)

Doordrenken | hij doordrenkt | hij heeft doordrenkt | to soak (something)

Doorstaan | hij doorstaat | hij heeft doorstaan | to endure

Doorzien | hij doorziet | hij heeft doorzien | to see through

Omarmen | hij omarmt | hij heeft omarmd | to embrace

Omcirkelen | hij omcirkelt | hij heeft omcirkeld | to encircle, to surround

Omfloersen | hij omfloerst | hij heeft omfloerst | to muffle, to veil, to drape

Omgeven | hij omgeeft | hij heeft omgeven | to surround

Omheinen | hij omheint | hij heeft omheind | to fence in, to hedge in, to enclose

Omhelzen | hij omhelst | hij heeft omhelsd | to hug

Omhullen | hij omhult | hij heeft omhuld | to envelope, to wrap round

Omkleden | hij omkleedt | hij heeft omkleed | to drape, to clothe an idea with words

Omklemmen | hij omklemt | hij heeft omklemd | to clasp, to grasp, to grip, to hug

Omlijnen | hij omlijnt | hij heeft omlijnd | to outline

Omlijsten | hij omlijst | hij heeft omlijst | to (put in a) frame

Ommuren | hij ommuurt | hij heeft ommuurd | to wall in

Omranden | het omrandt | het heeft omrand | to border, to edge, to rim

Omringen | hij omringt | hij heeft omringd | to surround, to enclose

Omschrijven | hij omschrijft | hij heeft omschreven | to define, to describe

Omsingelen | hij omsingelt | hij heeft omsingeld | to siege, to belaeguer

Omsluieren | hij omsluiert | hij heeft omsluierd | to veil

Omsluiten | het omsluit | het heeft omsloten | to enclose, to surround

Omvatten | het omvat | het heeft omvat | to include, to cover

Omwallen | hij omwalt | hij heeft omwald | to wall in, to circumvallate

Omwinden | hij omwindt | hij heeft omwonden | to entwine, to wrap up/round

Onderbelichten | hij onderbelicht | hij heeft onderbelicht | to under-expose, to under-illuminate

Onderbouwen | hij onderbouwt | hij heeft onderbouwd | to bear out (an opinion)

Onderbreken | hij onderbreekt | hij heeft onderbroken | to interrupt

Onderdrukken | hij onderdrukt | hij heeft onderdrukt | to oppress, to suppress, to subdue

Ondergaan | hij ondergaat | hij heeft ondergaan | to undergo

Onderhandelen | hij onderhandelt | hij heeft onderhandeld | to negotiate

Onderhouden | hij onderhoudt | hij heeft onderhouden | to provide (living), to maintain

Onderkennen | hij onderkent | hij heeft onderkend | to discern, to diagnose

Onderkoelen | hij onderkoelt | hij heeft onderkoeld | to 'under-cool'

Onderleggen | hij onderlegt | hij heeft onderlegd | to give a grounding (for a statement)

Onderlijnen | hij onderlijnt | hij heeft onderlijnd | to underline

Ondermijnen | hij ondermijnt | hij heeft ondermijnd | to undermine

Ondernemen | hij onderneemt | hij heeft ondernomen | to undertake

Onderrichten | hij onderricht | hij heeft onderricht | to teach

Onderschatten | hij onderschat | hij heeft onderschat | to under-estimate

Onderscheiden | hij onderscheidt | hij heeft onderscheiden | to distinguish

Onderscheppen | hij onderschept | hij heeft onderschept | to intercept

Onderschrijven | hij onderschrijft | hij heeft onderschreven | to endorse, to support (a view)

(Voor-, ver-)onderstellen | hij (voor-, ver-)onderstelt | hij heeft (voor-, ver-)ondersteld | to presume

Ondersteunen | hij ondersteunt | hij heeft ondersteund | to support, to assist

Onderstrepen | hij onderstreept | hij heeft onderstreept | to underline, to underscore

Ondertekenen | hij ondertekent | hij heeft ondertekend | to sign (signature)

Ondertitelen | hij ondertitelt | hij heeft ondertiteld | to sub-title

Ondervinden | hij ondervindt | hij heeft ondervonden | to experience

Ondervoeden | hij ondervoedt | hij heeft ondervoed | to starve, to under-feed

Ondervragen | hij ondervraagt | hij heeft ondervraagd | to interrogate

Onderwerpen | hij onderwerpt | hij heeft onderworpen | to submit, to subject

Onderwijzen | hij onderwijst | hij heeft onderwezen | to teach

Onderzoeken | hij onderzoekt | hij heeft onderzocht | to research, to examine

Overbelasten | hij overbelast | hij heeft overbelast | to overburden, to overload

Overbelichten | hij overbelicht | hij heeft overbelicht | to over-expose (to light)

Overbevolken | n/a | overbevolkt | to overburden, to overload

Overbluffen | hij overbluft | hij heeft overbluft | to bluff, to overbear

Overbruggen | hij overbrugt | hij heeft overbrugd | to bridge

Overdekken | hij overdekt | hij heeft overdekt | to cover in (up, over), to roof over (in)

Overdenken | hij overdenkt | hij heeft overdacht | to think over, to consider

Overdonderen | hij overdondert | hij heeft overdonderd | to overwhelm, to intimidate

Overdrijven | hij overdrijft | hij heeft overdreven | to exaggerate

Overerven | hij overerft | hij heeft overerfd | to inherit

(zich) overeten | hij overeet zich | hij heeft zich overeten | to overeat

Overgieten | hij overgiet | hij heeft overgoten | to water (plants), to pour over

Zich overhaasten | hij overhaast zich | hij heeft zich overhaast | to hurry, to hustle

Overhandigen | hij overhandigt | hij heeft overhandigd | to hand (over)

Overheersen | hij overheerst | hij heeft overheerst | to domineer over, to dominate

Overhoren | hij overhoort | hij heeft overhoord | to hear (lessons, homework)

zich overijlen | hij overijlt zich | hij heeft zich overijld | to hurry, to rush

Overkappen | hij overkapt | hij heeft overkapt | to roof in, to cover (in)

Overkoepelen | het overkoepelt | het heeft overkoepeld | to overarch, to cover

Overkomen | het overkomt | het is overkomen | to befall

Overladen | hij overlaadt | hij heeft overladen | to overload

Overleggen | hij overlegt | hij heeft overlegd | to discuss

Overleven | hij overleeft | hij heeft overleefd | to survive

Overlijden | hij overlijdt | hij is overleden | to die

Overmannen | hij overmant | hij heeft overmand | to overpower, to overcome

Overmeesteren | hij overmeestert | hij heeft overmeesterd | to overpower, to conquer

Overnachten | hij overnacht | hij heeft overnacht | to stay the night

Overpeinzen | hij overpeinst | hij heeft overpeinsd | to reflect, to think over

Overreden | hij overreedt | hij heeft overreed | to persuade, to convince

Overrijden | hij overrijdt | hij heeft overreden | to run (drive) over

Overrompelen | hij overrompelt | hij heeft overrompeld | to take s.o. by surprise

Overschaduwen | hij overschaduwt | hij heeft overschaduwd | to overshadow

Overschatten | hij overschat | hij heeft overschat | to overestimate

Overschrijden | hij overschrijdt | hij heeft overschreden | to exceed

Overstelpen | hij overstelpt | hij heeft overstelpt | to overwhelm (with gifts, compliments)

Overstemmen | hij overstemt | hij heeft overstemd | to outvote, to deafen

Overstromen | het overstroomt | het is overstroomd | to flood (over), to overflow

Overtreden | hij overtreedt | hij heeft overtreden | to break a rule, offend the law

Overtreffen | hij overtreft | hij heeft overtroffen | to surpass, to excel

Overtroeven | hij overtroeft | hij heeft overtroefd | to overtrump, to score off s.o.

Overtuigen | hij overtuigt | hij heeft overtuigd | to convince

Overvallen | hij overvalt | hij heeft overvallen | to surprise (attack), to rob

Oververhitten | hij oververhit | hij heeft oververhit | to overheat

Zich oververmoeien | hij oververmoeit zich | hij heeft zich oververmoeid | to over-fatigue, to over-tire

Oververzadigen | hij oververzadigt | hij heeft oververzadigd | to supersaturate, to surfeit

Overvleugelen | hij overvleugelt | hij heeft overvleugeld | to surpass, to outdo, to outflank

Overvoeden | hij overvoedt | hij heeft overvoed | to overfeed

Overvragen | hij overvraagt | hij heeft overvraagd | to ask too much, to over-demand

Overwegen | hij overweegt | hij heeft overwogen | to consider, to think over

Overweldigen | hij overweldigt | hij heeft overweldigd | to overwhelm

Zich overwerken | hij overwerkt zich | hij heeft zich overwerkt | to work too hard

Overwinnen | hij overwint | hij heeft overwonnen | to conquer, to overcome

Overwinteren | hij overwintert | hij heeft overwinterd | to winter, to hibernate

Overwoekeren | hij overwoekert | hij heeft overwoekerd | to overgrow

Overzien | hij overziet | hij heeft overzien | to oversee, to have a view over

Voorkomen | hij voorkomt | hij heeft voorkomen | to prevent

Voorspellen | hij voorspelt | hij heeft voorspeld | to predict

Voorvoelen | hij voorvoelt | hij heeft voorvoeld | to sense (in advance)

Voorzien | hij voorziet | hij heeft voorzien | to foresee

Weergalmen | het weergalmt | het heeft weergalmd | to echo

Weerhouden | hij weerhoudt | hij heeft weerhouden | to stop, to dissuade

Weerkaatsen | het weerkaatst | het heeft weerkaatst | to mirror (image), to echo

Weerklinken | het weerklinkt | het heeft weerklonken | to echo

Weerspiegelen | hij weerspiegelt | hij heeft weerspiegeld | to mirror, to reflect

Weerstaan | hij weerstaat | hij heeft weerstaan | to resist

Weerstreven | hij weerstreeft | hij heeft weerstreefd | to struggle against, to oppose

More separable and inseparable Separable mis and vol-verbs
Practice this, don't just read it

Play the grammar games (de/het, die/dat, geen/niet, word order and more), track your streak, and get feedback on every answer. Part of the full Dutch Fluency dashboard. 7 days free, then €19/month, cancel any time.

Start 7 days free Play the games