Remember, that separable verbs have their stress over the prefix, not the verb.
Verb | Simple present | Present perfect | Translation
Afkeuren | hij keurt af | hij heeft afgekeurd | to reject
Afwerken | hij werkt af | hij heeft afgewerkt | to finish (off), to finalize
Binnenkomen | hij komt binnen | hij is binnengekomen | to enter, to come in
Goedkeuren | hij keurt goed | hij heeft goedgekeurd | to approve
Losbarsten | hij barst los | hij is losgebarsten | to burst out
Loslaten | hij laat los | hij heeft losgelaten | to let go, to unleash
Na-apen | hij aapt na | hij heeft nageaapt | to imitate, to mimic
Opgeven | hij geeft op | hij heeft opgegeven | to give up
Overhalen | hij haalt over | hij heeft overgehaald | to persuade
Teleurstellen | hij stelt teleur | hij heeft teleurgesteld | to disappoint
Vastmaken | hij maakt vast | hij heeft vastgemaakt | to tie, to fix
Voorstellen | hij stelt voor | hij heeft voorgesteld | to propose, to imagine
Vrijkomen | hij komt vrij | hij is vrijgekomen | to be set free, to be liberated
Waarnemen | hij neemt waar | hij heeft waargenomen | to perceive
Zwartrijden | hij rijdt zwart | hij heeft zwartgereden | to travel without a valid ticket