HomeLessons › Verbs

Inseparable over-verbs

A2Verbs · lesson 34 of 79

The distinction between separable and inseparable over-verbs is a bit difficult to establish.

Over can be used in many different ways. In the sense of 'too' or 'excessive', it is always part of an inseparable compound verb. Indicating some kind of movement (to walk over to), over is usually a prefix of a separable compound verb. But there are over-verbs, for which the classification under either separable or inseparable verbs is all but clear.

Remember, that inseparable verbs have their stress over the verb, not the prefix.

Verb | Simple present | Present perfect | Translation

Overbelasten | hij overbelast | hij heeft overbelast | to overburden, to overload

Overbelichten | hij overbelicht | hij heeft overbelicht | to over-expose (to light)

Overbevolken | n/a | overbevolkt | to overburden, to overload

Overbluffen | hij overbluft | hij heeft overbluft | to bluff, to overbear

Overbruggen | hij overbrugt | hij heeft overbrugd | to bridge

Overdekken | hij overdekt | hij heeft overdekt | to cover in (up, over), to roof over (in)

Overdenken | hij overdenkt | hij heeft overdacht | to think over, to consider

Overdonderen | hij overdondert | hij heeft overdonderd | to overwhelm, to intimidate

Overdrijven | hij overdrijft | hij heeft overdreven | to exaggerate

Overerven | hij overerft | hij heeft overerfd | to inherit

(zich) overeten | hij overeet zich | hij heeft zich overeten | to overeat

Overgieten | hij overgiet | hij heeft overgoten | to water (plants), to pour over

Zich overhaasten | hij overhaast zich | hij heeft zich overhaast | to hurry, to hustle

Overhandigen | hij overhandigt | hij heeft overhandigd | to hand (over)

Overheersen | hij overheerst | hij heeft overheerst | to domineer over, to dominate

Overhoren | hij overhoort | hij heeft overhoord | to hear (lessons, homework)

zich overijlen | hij overijlt zich | hij heeft zich overijld | to hurry, to rush

Overkappen | hij overkapt | hij heeft overkapt | to roof in, to cover (in)

Overkoepelen | het overkoepelt | het heeft overkoepeld | to overarch, to cover

Overkomen | het overkomt | het is overkomen | to befall

Overladen | hij overlaadt | hij heeft overladen | to overload

Overleggen | hij overlegt | hij heeft overlegd | to discuss

Overleven | hij overleeft | hij heeft overleefd | to survive

Overlijden | hij overlijdt | hij is overleden | to die

Overmannen | hij overmant | hij heeft overmand | to overpower, to overcome

Overmeesteren | hij overmeestert | hij heeft overmeesterd | to overpower, to conquer

Overnachten | hij overnacht | hij heeft overnacht | to stay the night

Overpeinzen | hij overpeinst | hij heeft overpeinsd | to reflect, to think over

Overreden | hij overreedt | hij heeft overreed | to persuade, to convince

Overrijden | hij overrijdt | hij heeft overreden | to run (drive) over

Overrompelen | hij overrompelt | hij heeft overrompeld | to take s.o. by surprise

Overschaduwen | hij overschaduwt | hij heeft overschaduwd | to overshadow

Overschatten | hij overschat | hij heeft overschat | to overestimate

Overschrijden | hij overschrijdt | hij heeft overschreden | to exceed

Overstelpen | hij overstelpt | hij heeft overstelpt | to overwhelm (with gifts, compliments)

Overstemmen | hij overstemt | hij heeft overstemd | to outvote, to deafen

Overstromen | het overstroomt | het is overstroomd | to flood (over), to overflow

Overtreden | hij overtreedt | hij heeft overtreden | to break a rule, offend the law

Overtreffen | hij overtreft | hij heeft overtroffen | to surpass, to excel

Overtroeven | hij overtroeft | hij heeft overtroefd | to overtrump, to score off s.o.

Overtuigen | hij overtuigt | hij heeft overtuigd | to convince

Overvallen | hij overvalt | hij heeft overvallen | to surprise (attack), to rob

Oververhitten | hij oververhit | hij heeft oververhit | to overheat

Zich oververmoeien | hij oververmoeit zich | hij heeft zich oververmoeid | to over-fatigue, to over-tire

Oververzadigen | hij oververzadigt | hij heeft oververzadigd | to supersaturate, to surfeit

Overvleugelen | hij overvleugelt | hij heeft overvleugeld | to surpass, to outdo, to outflank

Overvoeden | hij overvoedt | hij heeft overvoed | to overfeed

Overvragen | hij overvraagt | hij heeft overvraagd | to ask too much, to over-demand

Overwegen | hij overweegt | hij heeft overwogen | to consider, to think over

Overweldigen | hij overweldigt | hij heeft overweldigd | to overwhelm

Zich overwerken | hij overwerkt zich | hij heeft zich overwerkt | to work too hard

Overwinnen | hij overwint | hij heeft overwonnen | to conquer, to overcome

Overwinteren | hij overwintert | hij heeft overwinterd | to winter, to hibernate

Overwoekeren | hij overwoekert | hij heeft overwoekerd | to overgrow

Overzien | hij overziet | hij heeft overzien | to oversee, to have a view over

Inseparable onder-verbs Separable vol-verbs
Practice this, don't just read it

Play the grammar games (de/het, die/dat, geen/niet, word order and more), track your streak, and get feedback on every answer. Part of the full Dutch Fluency dashboard. 7 days free, then €19/month, cancel any time.

Start 7 days free Play the games