The distinction between separable and inseparable over-verbs is a bit difficult to establish.
Over can be used in many different ways. In the sense of 'too' or 'excessive', it is always part of an inseparable compound verb. Indicating some kind of movement (to walk over to), over is usually a prefix of a separable compound verb. But there are over-verbs, for which the classification under either separable or inseparable verbs is all but clear.
Remember, that inseparable verbs have their stress over the verb, not the prefix.
Verb | Simple present | Present perfect | Translation
Overbelasten | hij overbelast | hij heeft overbelast | to overburden, to overload
Overbelichten | hij overbelicht | hij heeft overbelicht | to over-expose (to light)
Overbevolken | n/a | overbevolkt | to overburden, to overload
Overbluffen | hij overbluft | hij heeft overbluft | to bluff, to overbear
Overbruggen | hij overbrugt | hij heeft overbrugd | to bridge
Overdekken | hij overdekt | hij heeft overdekt | to cover in (up, over), to roof over (in)
Overdenken | hij overdenkt | hij heeft overdacht | to think over, to consider
Overdonderen | hij overdondert | hij heeft overdonderd | to overwhelm, to intimidate
Overdrijven | hij overdrijft | hij heeft overdreven | to exaggerate
Overerven | hij overerft | hij heeft overerfd | to inherit
(zich) overeten | hij overeet zich | hij heeft zich overeten | to overeat
Overgieten | hij overgiet | hij heeft overgoten | to water (plants), to pour over
Zich overhaasten | hij overhaast zich | hij heeft zich overhaast | to hurry, to hustle
Overhandigen | hij overhandigt | hij heeft overhandigd | to hand (over)
Overheersen | hij overheerst | hij heeft overheerst | to domineer over, to dominate
Overhoren | hij overhoort | hij heeft overhoord | to hear (lessons, homework)
zich overijlen | hij overijlt zich | hij heeft zich overijld | to hurry, to rush
Overkappen | hij overkapt | hij heeft overkapt | to roof in, to cover (in)
Overkoepelen | het overkoepelt | het heeft overkoepeld | to overarch, to cover
Overkomen | het overkomt | het is overkomen | to befall
Overladen | hij overlaadt | hij heeft overladen | to overload
Overleggen | hij overlegt | hij heeft overlegd | to discuss
Overleven | hij overleeft | hij heeft overleefd | to survive
Overlijden | hij overlijdt | hij is overleden | to die
Overmannen | hij overmant | hij heeft overmand | to overpower, to overcome
Overmeesteren | hij overmeestert | hij heeft overmeesterd | to overpower, to conquer
Overnachten | hij overnacht | hij heeft overnacht | to stay the night
Overpeinzen | hij overpeinst | hij heeft overpeinsd | to reflect, to think over
Overreden | hij overreedt | hij heeft overreed | to persuade, to convince
Overrijden | hij overrijdt | hij heeft overreden | to run (drive) over
Overrompelen | hij overrompelt | hij heeft overrompeld | to take s.o. by surprise
Overschaduwen | hij overschaduwt | hij heeft overschaduwd | to overshadow
Overschatten | hij overschat | hij heeft overschat | to overestimate
Overschrijden | hij overschrijdt | hij heeft overschreden | to exceed
Overstelpen | hij overstelpt | hij heeft overstelpt | to overwhelm (with gifts, compliments)
Overstemmen | hij overstemt | hij heeft overstemd | to outvote, to deafen
Overstromen | het overstroomt | het is overstroomd | to flood (over), to overflow
Overtreden | hij overtreedt | hij heeft overtreden | to break a rule, offend the law
Overtreffen | hij overtreft | hij heeft overtroffen | to surpass, to excel
Overtroeven | hij overtroeft | hij heeft overtroefd | to overtrump, to score off s.o.
Overtuigen | hij overtuigt | hij heeft overtuigd | to convince
Overvallen | hij overvalt | hij heeft overvallen | to surprise (attack), to rob
Oververhitten | hij oververhit | hij heeft oververhit | to overheat
Zich oververmoeien | hij oververmoeit zich | hij heeft zich oververmoeid | to over-fatigue, to over-tire
Oververzadigen | hij oververzadigt | hij heeft oververzadigd | to supersaturate, to surfeit
Overvleugelen | hij overvleugelt | hij heeft overvleugeld | to surpass, to outdo, to outflank
Overvoeden | hij overvoedt | hij heeft overvoed | to overfeed
Overvragen | hij overvraagt | hij heeft overvraagd | to ask too much, to over-demand
Overwegen | hij overweegt | hij heeft overwogen | to consider, to think over
Overweldigen | hij overweldigt | hij heeft overweldigd | to overwhelm
Zich overwerken | hij overwerkt zich | hij heeft zich overwerkt | to work too hard
Overwinnen | hij overwint | hij heeft overwonnen | to conquer, to overcome
Overwinteren | hij overwintert | hij heeft overwinterd | to winter, to hibernate
Overwoekeren | hij overwoekert | hij heeft overwoekerd | to overgrow
Overzien | hij overziet | hij heeft overzien | to oversee, to have a view over